Clickable Image Comment Comment Comment Comment Comment Comment Comment Comment Comment Comment Comment Comment

Rust, Ritme en regelmaat

We streven een sfeer na waarin veiligheid en geborgenheid centraal staan.
Emotionele veiligheid gaat over je gezien en gehoord voelen, er mogen zijn en gewaardeerd worden zoals je bent.
Van een leidster vraagt dat een open blik: wat vraagt dit kind van mij en hoe kan ik het helpen, zodat het zich optimaal kan ontwikkelen.  Optimaal als individu en optimaal in het groepsgebeuren met de andere peuters.
Ook voor ouders zorgen hoort bij onze taak: zorgen dat de voorwaarden aanwezig zijn die het mogelijk maken dat ze hun peuter in vol vertrouwen over kunnen dragen aan de zorg van de leidster.
Als ouders vol vertrouwen zijn, kunnen peuters dat overnemen en instappen in de stroom van de peuterhuisdag.
De eerste weken dat de peuter in het peuterhuis komt spelen, zal zij/hij aan de hand van de leidster meegenomen worden in de diverse activiteiten van de dag. Zo heeft het kind vanaf het begin een vast baken in een nieuwe wereld en kan hij zich geborgen weten.
Geborgenheid betekent een warme, huiselijke sfeer die al begint bij de deur van Het Peuterhuis.
Leidsters hangen hun privézorgen met hun jas aan de kapstok en ontvangen de peuters dagelijks door ze een hand te geven en welkom te heten: “fijn dat je er weer bent”. We wachten aan tafel tot alle peuters aanwezig zijn voordat we aan onze activiteiten beginnen. Peuters krijgen de tijd om even “aan te komen“. Vanuit deze geborgenheid kan de peuter op ontdekkingstocht gaan door Het Peuterhuis.

De wijze waarop de leidsters met de peuters omgaan, is een belangrijke voorwaarde voor de emotionele veiligheid.
In Het Peuterhuis doen we dit door :

  • een zorgzame en hartelijke  benadering;
  • de peuters ruimte te  geven om op hun eigen wijze op pad te gaan;
  • liefdevolle omhulling en duidelijkheid te geven;
  • bevestiging te geven in dat wat ze goed doen;
  • niet gewenst gedrag om te buigen/sturen zonder het te benoemen;
  • ons motto: “wij zijn allemaal peuters van Het Peuterhuis en wij zorgen voor elkaar”.

Als een kind zich veilig voelt, geeft het uiting aan zijn gevoelens, of het nu blij, boos of verdrietig is.
Andersom, als er ruimte is om naast blij ook boos en verdrietig te zijn, voelt het kind zich eerder op zijn gemak. Geborgenheid is bij kleine kinderen een wezenlijke voorwaarde voor een gezonde emotionele ontwikkeling.

 

In een omgeving waarin het kind zijn emoties mag en kan tonen, kan het leren met zijn emoties en die van anderen om te gaan. De sociale ontwikkeling en emotionele ontwikkeling zijn niet los van elkaar te zien. Je kunt je emoties  alleen ontwikkelen in relatie tot de anderen: jij voelt je op een bepaalde manier en je omgeving reageert daarop, of je omgeving geeft jou een bepaald gevoel en jij reageert daarop.
In Het Peuterhuis betekent het, dat de leidsters die het kind omringen,  in belangrijke mate bijdragen aan deze ontwikkeling, ten eerste door het goede voorbeeld te geven en ten tweede door een open en veilig klimaat te scheppen voor alle aangeboden groepsactiviteiten.

Sociale competenties kunnen geoefend worden tijdens:

  • Het vrije spel.
    Het vrije spel zorgt voor ontmoetingsmomenten bij peuters waarbij ze allerlei ervaringen op kunnen doen, positief en negatief. Sociale ervaringen als samen spelen, samen delen, iets om de beurt doen, wachten op elkaar, plezier maken met elkaar, iets vragen, antwoord geven, ergens op af gaan, ergens uitstappen, stoeien, knuffelen, etc. De leidster is daarbij op de achtergrond aanwezig, houdt het proces zorgvuldig in de gaten en helpt en stuurt waar nodig is.
  • Groepsactiviteiten.
    Tijdens het ochtendspel, de kringspelletjes en de bezigheden rondom de jaarfeesten komen er weer andere sociale competenties aan bod : naar elkaar luisteren, handjes vasthouden om een kring te maken, samen dezelfde beweging maken, waardering voor elkaar tonen, zorgen voor elkaar, iets afmaken/tot het einde volhouden etc.
  • Sociale momenten:
    De momenten aan tafel tijdens de maaltijd en in het vertelhuis maar ook alle zorgmomenten van de hele dag geven de mogelijkheid om te leren luisteren naar elkaar, te wachten op je beurt,  te leren dat we na de spreuk aan tafel pas gaan eten,tafelmanieren te leren, aandacht en interesse te hebben voor elkaar en zorg voor het materiaal. De leidster heeft hierbij weer een belangrijke voorbeeldfunctie: peuters leren alleen door nabootsing.

Peuters staan aan het begin van hun sociale ontwikkeling, ze spelen nog vaak naast elkaar, maar willen wel spelen met datgene waar de ander mee speelt. Je kunt pas iets delen als het eerst “eigen“ is gemaakt.